Hogeschool Utrecht begint richting ambient experience design

De Hogeschool voor Kunsten Utrecht (HKU) richt vanaf 1 september 2007 de nieuwe opleiding ‘Experience Design’ in, gericht op kritisch ontwerpen en ontwikkelen van ervaringen en creatieve toepassingen op basis van draadloze technologie en ambient intelligence. Het project Ambient Experience Design is volgens de HKU de eerste vierjarige opleiding op dit gebied in Europa. De afdeling zal geleid worden door nieuwe mediaspecialist Rob van Kranenburg.

“Door de opkomst van draadloze techniek is het mogelijk geworden om allerlei draagbare of mobiele dingen op netwerken aan te sluiten,” aldus de HKU. “Veel mensen hebben inmiddels mobiele telefoons of digitale organizers waarmee ze draadloos kunnen internetten en met elkaar kunnen communiceren. Ook komen er bijvoorbeeld steeds meer navigatiesystemen in auto’s of handheld gameconsoles waarmee men draadloos tegen elkaar speelt.”

De genoemde voorbeelden zijn volgens de HKU slechts een voorbode van toepassingen waarbij de techniek steeds minder zichtbaar wordt en ons steeds meer gaat omringen. “In de komende jaren zullen we de opkomst meemaken van bijvoorbeeld intelligente kleding, slimme ruimtes of deuren die automatisch voor sommige mensen opengaan en voor andere mensen niet,” wordt er opgemerkt. “Denk ook aan iPods die geluiden laten horen en beelden laten zien die passen bij de omgeving waar men op dat moment is of games die buiten tegen elkaar gespeeld worden in het centrum van de stad.”

Er is op dit moment volgens de hogeschool een grote behoefte aan ontwerpers die concepten ontwikkelen voor de draadloze wereld. “Creatievelingen die positief-kritische toepassingen ontwikkelen voor mobiele telefoons, slimme ruimtes en het internet der dingen,” voert de HKU aan. “De nieuwe analoog-digitale hybride wereld vraagt om experience designers die zich niet richten op vormgeving of een product maar op het creëren van zinvolle ervaringen voor meerdere mensen met behulp van draadloze technologie, nieuwe businessmodellen op basis van open source content, software en hardware en de verschuiving van usability naar sociability.”

Draadloze Media

Comments Off on Hogeschool Utrecht begint richting ambient experience design

Permalink

Kunstencentrum Vooruit in virtuele wereld

Het Kunstencentrum Vooruit lanceert samen met universitaire wereld een nieuwe website. Die moet een soort MySpace worden voor de cultuurliefhebbers. Volgens de initiatiefnemers is het project Virtual Arts Center for the Future een proefproject voor de hele cultuurwereld. Volgens de krant De Tijd zijn de kunstwereld en het Web 2.0 beide een vrijplaats voor zelfexpressie, maar tot nu toe elkaar in België nog niet gevonden te hebben.

Het voorbije jaar betekende de doorbraak van Web 2.0, een reeks interactieve webapplicaties en nieuwe onlinediensten waarbij het sociale aspect van samenwerken, delen en netwerken centraal staat. Bekende voorbeelden zijn MySpace, Google Maps, YouTube, Wikipedia en de fotodienst Flickr. “De term ontstond in 2004 als reactie op het pessimisme na het uiteenspatten van de dotcomzeepbel,” aldus de krant.

Web 2.0 en de kunstwereld hebben volgens De Tijd één ding gemeen. “Beide zijn een vrijplaats voor zelfexpressie,” wordt er opgemerkt. “Toch hebben ze elkaar in België nog niet echt gevonden. De AB begon vorig jaar met concertregistraties op het virtuele platform AB2, maar daarop zijn om auteursrechtelijke redenen vooral optredens van Belgische groepen te zien. AB2 leeft nog niet bij het gros van de muziekliefhebbers.”

Het Kunstencentrum Vooruit nam echter contact op met Interdisciplinair Instituut voor BreedBand Technologie (IBBT), een onderzoeksgroep van veertien partners die werken rond informatie- en communicatietechnologieën en intensief onderzoek uitvoerde naar de haalbaarheid van een virtueel kunstencentrum in België. Het IBBT stelt dat de stap van de culturele sector naar Web 2.0 onvermijdelijk wordt.

“Het geweldige aan Web 2.0 is dat men niet langer een techneut moet zijn om zich op het web uit drukken,” aldus IBBT-onderzoeker Kristof Michiels. “Iedereen kan een foto uploaden op een weblog of een tekstje versturen. Het is gebruiksvriendelijk en het geeft de gebruikers een enorme vrijheid. Er is dan ook een verschuiving aan de gang. Cultuurhuizen zijn niet langer gatekeepers die voor het publiek beslissen wat goed was en wat niet.”

De nieuwe website van Vooruit wordt een soort MySpace voor de virtuele cultuurliefhebber. Bezoekers kunnen er commentaar, foto’s en artikels beheren in een virtueel plakboek. Leden van Vooruitcommunity zullen daarnaast elkaar tips kunnen geven over lopende of toekomstige voorstellingen of concerten. Geslaagde buitenlandse voorbeelden zijn Tate Modern in Londen en het Victorian & Albert Museum.

Internet
Web 2.0

Comments Off on Kunstencentrum Vooruit in virtuele wereld

Permalink

Nieuwe mediacentrum in Gijon

In het Spaanse Gijon is het LABoral, een nieuw tentoonstellingscentrum dat zich richt op het kruispunt van kunst, wetenschap, technologie en creatieve industrieën, geopend. LABoral wil vooral aandacht besteden aan de geschiedenis en de huidige verwezenlijkingen van nieuwe media. Het wil bovendien een interactie creëren tussen kunstenaar, onderzoeker, docent en publiek.
laboral.jpg

Het nieuwe project is een initiatief van de overheid van de provincie Asturië en is ondergebracht in een gerestaureerd gedeelte van de oude Universidad Laboral de Gijon. Het centrum heeft een oppervlakte van 14.338 vierkante meter. Met de realisatie van het LABoral (www.laboralcentrodearte.org) ging een investering van 11 miljoen euro gepaard.

Het LABoral wil een centrum worden voor de artistieke en technische vorming van kunstenaars die zich willen uiten in de nieuwe vormen van kunst en de creatieve industrie. Het moet naar eigen zeggen bovendien leiden tot een artistieke uitwisseling tussen verschillende disciplines. LABoral wil zich daarbij multidisciplinair en interdisciplinair opstellen.

Mediakunst

Comments Off on Nieuwe mediacentrum in Gijon

Permalink

Alternatieve film heeft digitale toekomst

Steeds meer kwaliteitsfilms die nooit de bioskoop halen, krijgen op het internet enorme bereiksmogelijkheden. Een aantal downloaddiensten specialiseert zich immers in deze marktniche. Voorlopig blijft het voer voor echte cinefielen, want het computerscherm is nog altijd niet ideaal voor het bekijken van een film. Een aantal nieuwe technologieën zou die markt echter helemaal kunnen open breken.

De Amerikaanse krant The New York Times wijst erop dat de film ‘Black’ met Bollywood-acteur Amitabh Bachchan door Time Europe tot één van de beste tien films van 2005 werd uitgeroepen, maar dat de prent nooit de bioscoop heeft gehaald en bij het grote publiek nagenoeg onbekend is. De film is zelfs niet in dvd-formaat op de markt gekomen, maar hij kan van de website Jaman.com wel gedownload worden voor de prijs van 1,99 dollar.

jaman_com.jpg

Een aantal websites zoals Jaman specialiseren zich in de verspreiding van dergelijke digitale kwaliteitsfilms, die anders nooit een groot publiek zouden bereiken. “Op dit ogenblik blijft de bijval echter beperkt, want het bekijken van een film op een computerscherm is allesbehalve ideaal,” schrijft The New York Times. “Maar er zijn een aantal oplossingen, zoals Apple TV, onderweg om die kloof te overbruggen.”

Met de nieuwe technologieën wordt het immers gemakkelijk om een filmfile van de computer over te hevelen naar een plasmascherm of van de televisie een internet-apparaat te maken. “Indien dat proces naadloos verloopt, kan de digitale filmdistributie van een aantal getalenteerde onbekenden nieuwe beroemdheden maken, zoals de homevideo in de jaren tachtig ook de carrières van filmmakers Steven Soderbergh, Spike Lee en John Sayles lanceerde,” meent The New York Times.

“Alternatieve content krijgt steeds meer mogelijkheden om ontdekt te worden,” vertelde Curt Marvis, topman van de digitale bioscoop CinemaNow.com. “Ik heb het niet over video’s op YouTube, maar over films die belangrijke festivals halen. Omdat het onderwerp controversieel is, het publiek moeilijk te bereiken valt of de distributie financieel niet haalbaar is, bleven die in het verleden bij de grote massa volledig onbekend. Maar er is op het internet duidelijk een publiek voor deze films.”

The New York Times stelt dat de grote filmstudio’s heel terughoudend zijn met hun online aanbod, uit angst voor piraterij of om te vermijden dat ze hun dvd-verkopen zouden kunnen kannibaliseren. “Maar ze kunnen wellicht niet lang meer hun kop in het zand blijven steken,”
waarschuwt de krant. “De dvd-markt blijft achteruit boeren en voorspeld wordt dat internet-video een miljardenmarkt zal worden.”

Digitale TV

Comments Off on Alternatieve film heeft digitale toekomst

Permalink

Creatieve economie ontwikkelingslanden moet kansen grijpen

De culturele en creatieve industrie zijn gebieden waarin veel ontwikkelingslanden een concurrentieel voordeel genieten. Dat heeft vooral te maken met de opkomst van de digitale economie en de steeds groeiende commercialisering van de kunsten. Bovendien creeren deze sectoren grotere duurzame ontwikkelingsmogelijkheden, aangezien de sector steunt op de creativiteit van locale kunstenaars.

Culturele en creatieve sectoren worden gevormd door de economische activiteiten van artiesten, kunstbedrijven en culturele ondernemers, zowel uit de profit- als de non-profit-sector en vooral terug te vinden in de productie, distributie en consumptie van films, literatuur, muziek, theater, dans, visuele kunsten, televisie als de modesector.

“Nieuwe digitale technologieen hebben gezorgd voor een revolutie in de productieprocessen, distributiekanalen en consumptiemodellen van de creatieve sector,” stipt Keith Nurse in de krant Asia Times aan. “Goedkope digitale opnametechnieken hebben de distributie van geluid, tekst en beeld ook voor kleinere spelers gemakkelijker gemaakt zonder dat toegevingen moesten gedaan worden op het gebied van kwaliteit.”

Films kunnen volgens Nurse, docent internationale betrekkingen aan de Universiteit van de West-Indies in Trinidad & Tobago, voortaan digitaal worden geproduceerd aan een fractie van de prijs van de vroegere analoge technologieen. “Technologieen voor massaproductie zijn vervangen door productie voor nichemarkten en personalisering,” voert hij aan. “De kosten van het productieproces zijn het meest concurrentieel geworden, waardoor de winstmarges gevoelig zijn gedaald.”

Ook de verkoop en marketing van culturele producten is gevoelig veranderd en heeft ook zijn invloed op piraterij en auteursrechten. Bovendien hebben deze ontwikkelingen de balans tussen de grote bedrijven en onafhankelijke ondernemingen gewijzigd, waardoor de consument een grotere keuze heeft gekregen.

Op economisch vlak is de culturele en creatieve sector wereldwijd één van de snelste groeiers. Tussen 1994 en 2002 groeide de sector van 39 miljard dollar tot 59 miljard dollar. De sector vertegenwoordigt 7 procent van het wereldwijde bruto binnenlands product en gerekend wordt met een toekomstige groei van 10 procent per jaar.

Keith Nurse stelt dat de creatieve industrie ook de belangrijkste drijfveer is voor de digitale economie. “De consumentenvraag naar creatieve content zorgt voor een groeiende verkoop van computers, breedband, gsm-toestellen en e-commerce,” merkt hij op. “Dat geldt niet alleen voor de grote industriele markteconomieen, maar ook voor de audio-visuele sector in ontwikkelingslanden zoals Brazilie, India en Mexico.”

Nurse stelt dat ontwikkelingslanden hier grote mogelijkheden hebben, maar dan wel moeten werken aan een aantal belangrijke uitdagingen. “De bescherming van de intellectuele eigendomsrechten is daarin heel belangrijk,” stipt hij aan. “Zonder die bescherming staat de creatieve industrie ongewapend tegen piraterij, vervalsingen en illegaal gebruik en kan de sector niet overleven.”

Daarnaast moet er volgens Nurse ook meer geinvesteerd worden in onderzoek en ontwikkeling. “In de culturele industrie betekent dit investeren in menselijk en creatief kapitaal,” merkt hij op. “Die investeringen moeten leiden tot de oprichting van professionele opleidingsinstituten en ondersteuning van jonge kunstenaars en culturele ondernemers.” Daarnaast is ook marketing volgens Nurse van cruciaal belang, want de trouw van het publiek is moeilijk om op te bouwen of te voorspellen.

De overheden en het bedrijfsleven in de meeste ontwikkelingslanden beseffen volgens Nurse nog altijd niet hoe ze op die nieuwe mogelijkheden kunnen inpikken. “In veel gevallen wordt de culturele sector niet ernstig beschouwd als een economische bedrijfstak en is er nauwelijks sprake van een degelijke organisatie, terwijl er ook geen
gegevens beschikbaar zijn over de economische waarde van de sector.”
XXX

Media Cultuur

Comments Off on Creatieve economie ontwikkelingslanden moet kansen grijpen

Permalink

Amerikaanse kunstschool in Second Life

avatar_sabin.jpg

Het Art Institute Online, een afdeling van het Art Institute of Pittsburgh heeft een studentencampus geopend op de virtuele community-site Second Life. De faculteit stelt dat deze virtuele leerervaring de studenten een unieke leerervaring kan opdoen. Speciaal voor dit project werd een nieuwe cursus zakelijke communicatie ontwikkeld.

De studenten en docenten van het Art Institute Online krijgen in Second Life de mogelijkheid om avatars – cartoon-achtige personages – te creeren en met elkaar tot interactie te laten overgaan. “Daarbij krijgen de studenten de mogelijkheid om te communiceren in een omgeving die vanuit zichzelf leent tot het aangaan van sociale contacten,” stippen de initiatiefnemers aan.

Het project moet de studenten praktische leerervaring laten opdoen en met simulaties leren werken. “Door het aanbod van objecten, structuren en scenario’s uit de reele wereld, zullen de studenten al spelenderwijze in staat gesteld worden om kennis op te doen over zakelijke processen en technieken,” voert het Art Institute Online aan.

De directie stelt dat dit project in Second Life een schitterende aanvulling is op de creatieve online opleiding die het Art Institute Online aanbiedt. Daarbij wordt opgemerkt dat de leerervaring in Second Life niet louter bestaat uit communicatie in chatrooms. “Studenten en docenten kunnen elkaar – tenminste hun digitale alter egos – op het scherm van hun computers ook daadwerkelijk zien,” voeren ze aan.

Daarbij wordt opgemerkt dat studenten altijd zullen beseffen dat ze een cursus volgen, maar dat ze dat al spelenderwijs zullen kunnen doen. Eerder hebben ook andere universiteiten al virtuele campussen opgericht, maar het Art Institute Online zegt te menen het online leren revolutionair te ontwikkelen door het ontwerpen van deze innovatieve cursus.

Het Art Institute Online biedt opleidingen in de creatieve kunsten aan via het internet. “Daardoor krijgt iedereen de kans om de lessen te volgen en worden geografische, fysieke en andere hindernissen uit de weg geruimd,” stippen de initiatiefnemers aan.
XXX

Virtual World

Comments Off on Amerikaanse kunstschool in Second Life

Permalink

Transmediale bekijkt invloed digitaal werk

Op het festival Transmediale in Berlijn wordt dit jaar aandacht besteed aan de invloed van de media en technologie op de evoluties binnen de maatschappij en de kunst. Transmediale.07 draagt daarbij als ondertitel ‘Unfinish!’, waarbij bekeken wordt hoe digitaal werk geen einde kent, maar een opeenvolging van versies is. Aan Transmediale.07 werken onder meer de Belgische kunstenaars Herman Asselberghs, Kurt d’Haeseleer, Vincent Meessen, Frank Theys en LAb(au) mee.

dhaeseleer_scripted_02x.jpg

Transmediale viert zijn twintigste editie. “In de hedendaagse wereld zijn digitale media zoals video en elektronische netwerken zo breedverspreid dat een strikte definitie van mediakunst niet langer meer houdbaar is,” aldus de organisatoren. “De invloed van media en technologie worden meer en meer dominant in ons dagelijks leven. Daarom hebben we ook de ondertitel van het festival veranderd. Transmediale is niet langer een International Media Art Festival, maar wel een Festival for Art and Digital Culture. Daarmee beperken we ons niet meer tot de niche van de mediakunst, maar benadrukt het spanningsveld tussen cultuur en digitale technologie, die de voornaamste drijfkracht van het festival blijft.”

Tijdens het festival wordt volgens de organisatoren bovendien vooral benadrukt dat digitale kunst geen einde kent, maar artistieke processen onderzoekt die open staan voor verandering en een herziening van beslissingen. Transmediale.07 loopt van 31 januari tot 4 februari in de Akademie der Kunste in Berlijn en is één van de belangrijkste festivals voor kunst en digitale cultuur in Europa. Het evenement bestaat uit een competitie, een tentoonstelling, videoprogramma’s, conferenties, salongesprekken, workshops en een avondprogramma voor muziek en live audiovisuele performances.

Voor de competitie werden de werk ‘Proof of Life’ van de Vlaamse kunstenaar Herman Asselberghs, ‘Extended’ van Vincent Meessen en ‘Technocalips’ van Frank Theys geselecteerd. ‘Scripted Emotions’ van Kurt d’Haeseleer kreeg een eervolle vermelding. Het Brusselse collectief LAb(au) werd uitgenodigd om een twaalf dagen durende workshop te organiseren rond het creeren van digitale omgevingen voor beeld en geluid. Meer informatie over het evenement kan verkregen worden op de website www.transmediale.de. Daarnaast kan men ook informatie vinden op de websites http://lab-au.com/v1/newsletter/january2007_2/index.html en www.mediaruimte.be.
XXX

Media Cultuur

Comments (1,996)

Permalink

Virtuele groep brengt muziekalbum uit

Een wereldwijde groep kunstenaars en muzikanten heeft een muziekalbum uitgebracht zonder elkaar ooit ontmoet te hebben of onderling contact te hebben, op uitzondering van de initiatiefnemer. Die vond hen op het internet en vroeg hen langs die weg ook bepaalde opdrachten uit te voeren en door te sturen. Het muziekalbum werd dan ook via het internet gelanceerd.

Op de bekende zoekertjes-website Craigslist vond kunstenaar John Herman meer dan vijfentwintig muzikanten over de hele wereld om in het geheim samen te werken aan de groep ‘The Man Who Was Thursday’. Zeven nummers werden eerder deze maand al gelanceerd op de website van de kunstenaar en op de iArt-kunsttentoonstelling in de Axiom-galerij in Jamaica. Nieuwe nummers zullen vanaf maart maandelijks op de website verschijnen.

Volgens John Herman maakte juist de geheime natuur het project zo boeiend. “Niemand wist waarvoor de muziek gebruikt zou worden,” vertelde Herman aan de Amerikaanse krant Portsmouth Herald. “Niemand wist wie de groepsleden waren. De meeste groepsleden zullen elkaar ook nooit ontmoeten, maar de muzikanten zijn voor eeuwig met elkaar verbonden door een album dat geboren werd uit hun eigen creativiteit en een uniek communicatiekanaal, aangebracht door het internet.”

De naam van de groep is ontleend aan het gelijknamig boek van G.K. Chesterton, die ‘The Man Who Was Thursday’ exact honderd jaar geleden schreef en waarbij de auteur vertelt over een geheime groep anarchisten die zichzelf naar de weekdagen noemen. Herman startte zijn project op 1 november, toen hij de muzikanten, gevonden op Craigslist, een bericht stuurde. Hij kreeg onder meer antwoord uit Londen, Parijs, New York en Seattle.

Elke vraag was heel specifiek gericht, zoals een drumritme op maat van de hartslag van de muzikant, teksten die geinspireerd waren door dromen, emoties, fysieke sensaties, historisch onderzoek en tekeningen. Het geheel werd voorgesteld tijdens de iArt-tentoonstelling in de Axiom-galerij in Jamaica. Daar stelden ook nieuwe mediakunstenaars zoals Lynne Adams, Sean Arden, Bebe Beard, Ravi Jain en Shawn Towne tentoon.

Verdere informatie over de projecten is terug te vinden op de websites www.johnherman.org/themanwhowasthursday.html en http://axiomart.org.
XXX

Media Cultuur
Vituele Muziek

Comments (2,100)

Permalink

Saatchi opent website voor jonge kunstenaars

Kunstverzamelaar Charles Saatchi heeft een website gelanceerd waar kunststudenten hun werk kunnen tonen. Een aantal van de deelnemers zou inmiddels al werken hebben kunnen verkopen. Het is volgens het persbureau Reuters een teken dat het internet ook de geplogenheden binnen de kunstwereld begint te veranderen.

“Verzamelaars zeggen dat ze minder tijd hebben om naar galerijen en tentoonstellingen te reizen om zelf nieuw werk te bekijken, terwijl beloftevolle schilders en beeldhouwers het bijzonder moeilijk vinden om tussen het steeds groeiend aanbod op te vallen,” aldus het persbureau. “Voor velen is het internet het ideale antwoord op die problemen.”

Reuters stelt dat het internet aan duizenden kunstenaars en kandidaat-kopers een gemakkelijke en een goedkope toegang biedt en voor de kunstenaars ook een wereldwijde sociale netwerking kan aanbieden. Ook de beroemde verzamelaar Charles Saatchi heeft nu een website gelanceerd door meer dan tweeduizend kunststudenten. “Het heeft iets opwindends om het werk van die jonge kunstenaars te zien, zelfs nog voordat ze in hun school hebben tentoon gesteld,” aldus Saatchi.

De website Stuart (Student Art) is een link van zijn belangrijkste galerij-adres www.saatchi-gallery.co.uk. Saatchi heeft echter beloofd om zelf minstens een jaar lang niets van de nieuwe website te kopen, zodat Stuart een meer onafhankelijk statuut zou kunnen krijgen. Sommige kunstenaars hadden binnen de twee weken al een koper gevonden, hoewel ze eerder al lange tijd ook een eigen website hadden.

Verzamelaar Bernard Jacobson kocht een werk van de website zonder het in levende lijve gezien te hebben. “Dit is niet mijn gewoonte,” vertelde hij. “Maar door mijn drukke bezigheden heb ik geen tijd meer om langs alle academies te gaan, zoals ik dat vroeger gewend was te doen. Dit is een manier om toch op de hoogte te blijven.”

Olivier Varenne, adviseur voor een Australisch museum, stelde echter dat hij het internet vaak gebruikte om aan research te doen, maar nooit een werk zou kopen zonder het ook eerst in levende lijve gezien te hebben. “Het internet is een goed instrument om kunstenaars te volgen en nieuwe boeiende figuren te ontdekken,” benadrukte hij. “Maar wie een werk wil kopen, wil het ook eerst in het echt zien.”

De interesse in Stuart is zo groot geweest dat de website enkele dagen geleden crashte, nadat ze op één dag tijd meer dan zes miljoen bezoekers had aangetrokken.
XXX

Interactieve Media
Internet

Comments (2,612)

Permalink

Internet wijzigt relatie tussen kunstenaar en museum

Het internet zal de relatie tussen de kunstenaar en de museumwereld van de toekomst grondig veranderen. Dat meent Christine Van Assche, curator nieuwe media van het Centre Pompidou in Parijs naar aanleiding van de overzichtstentoonstelling ‘Video Art 1965-2005’ die nog tot 25 februari wordt georganiseerd. Daarin wordt de evolutie van de sector tijdens de voorbije veertig jaar geschetst.

“Vooral de jongste tien jaar zien we een hele evolutie in de sector,” vertelt Christine Van Assche in The Australian. “In Europa beginnen steeds meer mensen te begrijpen wat videokunst is. Het is dan ook belangrijk te tonen hoe alles begonnen is en welke kunstenaars daarbij betrokken zijn. Bovendien willen we ook het proces achter het werk aan het publiek tonen.”

Er zijn volgens Christine Van Assche belangrijke verschillen te ontwaren tussen een filmmaker en een videokunstenaar. “Video is een veel toegankelijker medium,” voert ze aan. “Het is gebruiksvriendelijker, de camera is goedkoper en de beelden kunnen op computer bewerkt worden. Men hoeft de film niet naar een laboratorium te sturen. Maar vooral inhoudelijk zijn er duidelijk verschillen. Een videokunstenaar gebruikt niet-lineaire verhaallijnen. Er is geen begin en geen einde. Het werk gaat oneindig door.”

Maar de curator wijst erop dat nieuwe media vooral een boeiende inhoud en presentatie nodig hebben. “Het publiek is immers gewoon geraakt aan digitale manipulaties, gsm-beelden, computerbeelden en gigantische flatscreens,” benadrukt ze. “Daardoor hebben de video-installaties in galerijen ook geen verrassings- of schokeffect meer.”

Nieuwe media zetten musea ook voor nieuwe problemen, vooral wanneer ooit vooruitstrevende technologieen verouderd raken. “In het Centre Pompidou zijn we al het videowerk aan het digitaliseren, zodat we alle installaties op vraag van de bezoeker op computer kunnen tonen,” merkt ze op. “We hebben nu een duizendtal werken die we op die manier aan het publiek kunnen tonen.”

“Wanneer we een werk kopen, zijn we er ons goed van bewust dat de technologie kan veranderen en dat we in staat moeten zijn om oplossingen te vinden,” aldus nog Christine Van Assche. “We proberen alle installaties op cd-rom te bewaren, want computers en computerprogramma’s zijn bijzonder moeilijk te dupliceren. Wanneer er problemen opduiken, proberen we samen met de betrokken kunstenaar voor individuele oplossingen te zoeken.”

De curator stelt dat dit evenvoudig lijkt, maar merkt op dat zelfs het overzetten van oude televisiemonitors naar flatscreens niet gemakkelijk is. “Vele kunstenaars houden niet van flatscreens omdat het hun werk bijzonder vlak maakt,” zegt ze. Op internet komt de collectie voorlopig echter niet. “Daarvoor hebben we de rechten niet,” merkt Christine Van Assche op. “Maar indien we die wel hadden, zouden we de hele verzameling online plaatsen.”

Het internet zal volgens de curator echter duidelijk een invloed hebben op de museumwereld van de toekomst. “De relatie tussen de kunstenaar en de toeschouwer, met het museum als tussenpersoon, zal in de toekomst zeker veranderen,” zegt ze. “Veel kunstenaars werken al met de computer en bekijken alles op computer. Er zal een wijziging komen in de relaties tussen het museum en het internet. Er zal een verschil komen tussen het artistieke proces en het museum.”

Sommige kunstenaars beginnen volgens Christine Van Assche zelfs al het museum over te slaan en gaan rechtreeks naar het internet. “Soms kopen we ook websites,” voert ze aan. “Maar we kunnen hen niet online kopen omdat de kunstenaar zijn bezoeker soms naar reclame voert en dat willen we niet. Dus kopen wij die websites op cd-rom.”

Door de goedkopere apparatuur komt er volgens de curator ook een geografische verschuiving. “Vooral in China, India, Thailand en sommige Afrikaanse regio’s staan veel videokunstenaars op,” zegt de curator. “Er zijn nu meer videokunstenaars dan ooit voordien.” Die opmerkelijke groei heeft er volgens Christine Van Assche ook toe geleid dat steeds meer kunstenaars en toeschouwers beelden kunnen lezen en uiteen rafelen.
XXX

 

Internet

Comments (7,088)

Permalink