Media Cultuur

Microsoft zoekt online filmmakers

Microsoft heeft een online filmwedstrijd op het getouw gezet. Daarbij kunnen geïnteresseerden het verhaal ‘The Cube’, ontwikkeld door regisseur Kyle Newman verder vervolledigen. Verwacht wordt dat de kandidaten een eerste en tweede vervolg maken op de clip van Newman. De wedstrijd Ultimate Video Relay loopt in samenwerking met de website TriggerStreet.com van het productiehuis van acteur Kevin Spacey en het technologiebedrijf Omelet.
ultimatevideopers.jpg

De beginclip, met de acteurs Sam Huntington en Jaime King en Microsoft-man Barry Goffe, staat op de Ultimate-website. Uit een preselectie van inzendingen zullen vijf versies van een vervolgverhaal worden geselecteerd. Uit die vijf geslecteerde scripts zullen de bezoekers van de websites een uiteindelijke winnaar selecteren. Voor het tweede vervolg wordt hetzelfde parcours gevolgd.

“Het stimuleren van de internetgebruiker om content te creëren, is voor Microsoft een nieuwe benadering,” zegt Barry Goffe, hoofd Windows-cliëntproductmanagement bij Microsoft, tegenover de Amerikaanse krant The New York Times. “Maar ik geloof dat dit de beste manier is om een band te smeden met de consument en op lange termijn onze zakelijke doelstellingen te bereiken.”

Barry Goffe beseft dat het steeds een risico is om met user-generated content te werken. “Het zou inderdaad kunnen dat er inzendingen komen met kritiek op Microsoft,” geeft hij toe. “Dat zou een beetje vervelend kunnen zijn, maar op het einde van de rit geloof ik zelfs dan tevreden te zijn. Dan zou er immers heel wat deining zijn ontstaan en zou er volop over Microsoft gepraat zijn.

Shervin Samari, één van de oprichters van Omelet, geeft toe dat men met user-generated-content de controle over het eindproduct opgeeft. “Maar anderzijds leidt dat tot een diepere band met de consument,” voert hij aan. “Het opleggen van restricties zou bovendien juist het omgekeerde effect hebben en door de consument zwaar op de korrel genomen worden.

Media Cultuur
Online Filmfestival

Comments Off on Microsoft zoekt online filmmakers

Permalink

Creatieve economie ontwikkelingslanden moet kansen grijpen

De culturele en creatieve industrie zijn gebieden waarin veel ontwikkelingslanden een concurrentieel voordeel genieten. Dat heeft vooral te maken met de opkomst van de digitale economie en de steeds groeiende commercialisering van de kunsten. Bovendien creeren deze sectoren grotere duurzame ontwikkelingsmogelijkheden, aangezien de sector steunt op de creativiteit van locale kunstenaars.

Culturele en creatieve sectoren worden gevormd door de economische activiteiten van artiesten, kunstbedrijven en culturele ondernemers, zowel uit de profit- als de non-profit-sector en vooral terug te vinden in de productie, distributie en consumptie van films, literatuur, muziek, theater, dans, visuele kunsten, televisie als de modesector.

“Nieuwe digitale technologieen hebben gezorgd voor een revolutie in de productieprocessen, distributiekanalen en consumptiemodellen van de creatieve sector,” stipt Keith Nurse in de krant Asia Times aan. “Goedkope digitale opnametechnieken hebben de distributie van geluid, tekst en beeld ook voor kleinere spelers gemakkelijker gemaakt zonder dat toegevingen moesten gedaan worden op het gebied van kwaliteit.”

Films kunnen volgens Nurse, docent internationale betrekkingen aan de Universiteit van de West-Indies in Trinidad & Tobago, voortaan digitaal worden geproduceerd aan een fractie van de prijs van de vroegere analoge technologieen. “Technologieen voor massaproductie zijn vervangen door productie voor nichemarkten en personalisering,” voert hij aan. “De kosten van het productieproces zijn het meest concurrentieel geworden, waardoor de winstmarges gevoelig zijn gedaald.”

Ook de verkoop en marketing van culturele producten is gevoelig veranderd en heeft ook zijn invloed op piraterij en auteursrechten. Bovendien hebben deze ontwikkelingen de balans tussen de grote bedrijven en onafhankelijke ondernemingen gewijzigd, waardoor de consument een grotere keuze heeft gekregen.

Op economisch vlak is de culturele en creatieve sector wereldwijd één van de snelste groeiers. Tussen 1994 en 2002 groeide de sector van 39 miljard dollar tot 59 miljard dollar. De sector vertegenwoordigt 7 procent van het wereldwijde bruto binnenlands product en gerekend wordt met een toekomstige groei van 10 procent per jaar.

Keith Nurse stelt dat de creatieve industrie ook de belangrijkste drijfveer is voor de digitale economie. “De consumentenvraag naar creatieve content zorgt voor een groeiende verkoop van computers, breedband, gsm-toestellen en e-commerce,” merkt hij op. “Dat geldt niet alleen voor de grote industriele markteconomieen, maar ook voor de audio-visuele sector in ontwikkelingslanden zoals Brazilie, India en Mexico.”

Nurse stelt dat ontwikkelingslanden hier grote mogelijkheden hebben, maar dan wel moeten werken aan een aantal belangrijke uitdagingen. “De bescherming van de intellectuele eigendomsrechten is daarin heel belangrijk,” stipt hij aan. “Zonder die bescherming staat de creatieve industrie ongewapend tegen piraterij, vervalsingen en illegaal gebruik en kan de sector niet overleven.”

Daarnaast moet er volgens Nurse ook meer geinvesteerd worden in onderzoek en ontwikkeling. “In de culturele industrie betekent dit investeren in menselijk en creatief kapitaal,” merkt hij op. “Die investeringen moeten leiden tot de oprichting van professionele opleidingsinstituten en ondersteuning van jonge kunstenaars en culturele ondernemers.” Daarnaast is ook marketing volgens Nurse van cruciaal belang, want de trouw van het publiek is moeilijk om op te bouwen of te voorspellen.

De overheden en het bedrijfsleven in de meeste ontwikkelingslanden beseffen volgens Nurse nog altijd niet hoe ze op die nieuwe mogelijkheden kunnen inpikken. “In veel gevallen wordt de culturele sector niet ernstig beschouwd als een economische bedrijfstak en is er nauwelijks sprake van een degelijke organisatie, terwijl er ook geen
gegevens beschikbaar zijn over de economische waarde van de sector.”
XXX

Media Cultuur

Comments Off on Creatieve economie ontwikkelingslanden moet kansen grijpen

Permalink

Transmediale bekijkt invloed digitaal werk

Op het festival Transmediale in Berlijn wordt dit jaar aandacht besteed aan de invloed van de media en technologie op de evoluties binnen de maatschappij en de kunst. Transmediale.07 draagt daarbij als ondertitel ‘Unfinish!’, waarbij bekeken wordt hoe digitaal werk geen einde kent, maar een opeenvolging van versies is. Aan Transmediale.07 werken onder meer de Belgische kunstenaars Herman Asselberghs, Kurt d’Haeseleer, Vincent Meessen, Frank Theys en LAb(au) mee.

dhaeseleer_scripted_02x.jpg

Transmediale viert zijn twintigste editie. “In de hedendaagse wereld zijn digitale media zoals video en elektronische netwerken zo breedverspreid dat een strikte definitie van mediakunst niet langer meer houdbaar is,” aldus de organisatoren. “De invloed van media en technologie worden meer en meer dominant in ons dagelijks leven. Daarom hebben we ook de ondertitel van het festival veranderd. Transmediale is niet langer een International Media Art Festival, maar wel een Festival for Art and Digital Culture. Daarmee beperken we ons niet meer tot de niche van de mediakunst, maar benadrukt het spanningsveld tussen cultuur en digitale technologie, die de voornaamste drijfkracht van het festival blijft.”

Tijdens het festival wordt volgens de organisatoren bovendien vooral benadrukt dat digitale kunst geen einde kent, maar artistieke processen onderzoekt die open staan voor verandering en een herziening van beslissingen. Transmediale.07 loopt van 31 januari tot 4 februari in de Akademie der Kunste in Berlijn en is één van de belangrijkste festivals voor kunst en digitale cultuur in Europa. Het evenement bestaat uit een competitie, een tentoonstelling, videoprogramma’s, conferenties, salongesprekken, workshops en een avondprogramma voor muziek en live audiovisuele performances.

Voor de competitie werden de werk ‘Proof of Life’ van de Vlaamse kunstenaar Herman Asselberghs, ‘Extended’ van Vincent Meessen en ‘Technocalips’ van Frank Theys geselecteerd. ‘Scripted Emotions’ van Kurt d’Haeseleer kreeg een eervolle vermelding. Het Brusselse collectief LAb(au) werd uitgenodigd om een twaalf dagen durende workshop te organiseren rond het creeren van digitale omgevingen voor beeld en geluid. Meer informatie over het evenement kan verkregen worden op de website www.transmediale.de. Daarnaast kan men ook informatie vinden op de websites http://lab-au.com/v1/newsletter/january2007_2/index.html en www.mediaruimte.be.
XXX

Media Cultuur

Comments (1,996)

Permalink

Virtuele groep brengt muziekalbum uit

Een wereldwijde groep kunstenaars en muzikanten heeft een muziekalbum uitgebracht zonder elkaar ooit ontmoet te hebben of onderling contact te hebben, op uitzondering van de initiatiefnemer. Die vond hen op het internet en vroeg hen langs die weg ook bepaalde opdrachten uit te voeren en door te sturen. Het muziekalbum werd dan ook via het internet gelanceerd.

Op de bekende zoekertjes-website Craigslist vond kunstenaar John Herman meer dan vijfentwintig muzikanten over de hele wereld om in het geheim samen te werken aan de groep ‘The Man Who Was Thursday’. Zeven nummers werden eerder deze maand al gelanceerd op de website van de kunstenaar en op de iArt-kunsttentoonstelling in de Axiom-galerij in Jamaica. Nieuwe nummers zullen vanaf maart maandelijks op de website verschijnen.

Volgens John Herman maakte juist de geheime natuur het project zo boeiend. “Niemand wist waarvoor de muziek gebruikt zou worden,” vertelde Herman aan de Amerikaanse krant Portsmouth Herald. “Niemand wist wie de groepsleden waren. De meeste groepsleden zullen elkaar ook nooit ontmoeten, maar de muzikanten zijn voor eeuwig met elkaar verbonden door een album dat geboren werd uit hun eigen creativiteit en een uniek communicatiekanaal, aangebracht door het internet.”

De naam van de groep is ontleend aan het gelijknamig boek van G.K. Chesterton, die ‘The Man Who Was Thursday’ exact honderd jaar geleden schreef en waarbij de auteur vertelt over een geheime groep anarchisten die zichzelf naar de weekdagen noemen. Herman startte zijn project op 1 november, toen hij de muzikanten, gevonden op Craigslist, een bericht stuurde. Hij kreeg onder meer antwoord uit Londen, Parijs, New York en Seattle.

Elke vraag was heel specifiek gericht, zoals een drumritme op maat van de hartslag van de muzikant, teksten die geinspireerd waren door dromen, emoties, fysieke sensaties, historisch onderzoek en tekeningen. Het geheel werd voorgesteld tijdens de iArt-tentoonstelling in de Axiom-galerij in Jamaica. Daar stelden ook nieuwe mediakunstenaars zoals Lynne Adams, Sean Arden, Bebe Beard, Ravi Jain en Shawn Towne tentoon.

Verdere informatie over de projecten is terug te vinden op de websites www.johnherman.org/themanwhowasthursday.html en http://axiomart.org.
XXX

Media Cultuur
Vituele Muziek

Comments (2,100)

Permalink