Internetkunst krijgt rendabel financieel model
“Internetkunst geniet al verscheidene jaren een behoorlijke populariteit, maar lange tijd bleek het quasi onmogelijk om er een financieel rendabel model rond op te zetten. De grote toegankelijkheid van het internet maakt het immers onmogelijk om de kunstwerken als unieke exemplaren te beschouwen die in een collectie kunnen worden ondergebracht. Daar is de jongste periode echter verandering in gekomen. Verzamelaars en musea tonen sinds kort wel belangstelling voor deze zogenaamde net.art. Daarbij wordt echter een nieuwe eigendomsmodel gehanteerd. De kopers investeren niet langer in een uniek kunstwerk, maar wel in het conceptuele en culturele aspect van kunst.
De opkomst van het internet trok ook al vlug kunstenaars aan die met het nieuwe medium wilden experimenteren,” stipt de Amerikaanse zakenkrant The Wall Street Journal aan. “Vele kunstenaars voelden zich daarbij bijzonder aangetrokken door het feit dat ze zich met het medium rechtstreeks tot hun publiek konden richten. Volgens de Servische online kunstenaar Vuk Cosic liet het internet hen toe om tussenpersonen zoals curatoren, critici, theoretici en andere kunstbureaucratie te omzeilen. Bovendien konden de kunstenaars met hun online projecten ook een samenwerking tot stand brengen met het publiek, dat zelf actief kan deelnemen en niet louter een passief toeschouwer was. Voor nog andere kunstenaars boden deze projecten mensen de kans om dictatoriale censuur te omzeilen.”
Ook de brede toegankelijkheid van internetkunst sprak vele kunstenaars aan. “Meestal is kunst beperkt tot musea, galerijen en privé-collecties,” verduidelijkt de Amerikaanse internetkunstenaar Ken Goldberg. “Internetkunst kan echter door iedereen op elk ogenblik worden bekeken. Dat staat in scherp contrast met de cultwaarde van een kunstwerk, die zijn sterkte haalt uit zijn unieke karakter.” Maar die toegankelijkheid bleek tegelijkertijd een groot probleem te vormen voor de marktwaarde van de online kunst. Wolf Lieser, oprichter van het Digital Art Museum in Berlijn, stelt dat er in de jaren negentig bijzonder veel interesse was voor de opkomende net.art, maar was deze kunstvorm vanuit financieel perspectief een flop. Lieser had op het einde van de jaren negentig een digitale kunstgalerij, maar moest die sluiten omdat de werken niet werden verkocht.
De jongste jaren wordt daarin echter een verandering opgemerkt. “Privéverzamelaars en gevestigde kunstinstellingen tonen een grotere interesse om deze digitale werken te verzamelen en kopen,” aldus nog The Wall Street Journal. Wolf Lieser stelt dat verzamelaars steeds meer vertrouwd raken met het format van de online kunst. “In plaats van een artefact te verwerven, beseffen ze steeds meer dat ze met het kopen van internetkunst investeren in het conceptuele en culturele aspect van kunst,” voert hij aan. “Toch willen vele collectors ook nu nog altijd een uniek element, zelfs wanneer het artefact, zoals een herinneringsplaat of een cd-rom, uitsluitend een symbolische waarde heeft.”
Dat wordt bevestigd tot privéverzamelaar Theo Armour (62) – tot voor kort lid van de adviesraad van de Peggy Guggenheim Foundation in Venetië – die recent gestart is met het kopen van net.art, omdat hij daardoor naar eigen zeggen het gevoel had om in een nieuwe artistieke ontwikkeling te participeren. Hij kocht onder meer het online werk ‘Memento Mori’ van Ken Goldberg. Dat kunstwerk kan door iedereen op het internet worden bekeken, maar Armour heeft zijn eigen originele versie op een flash drive in een zilveren omhulsel. Ook musea beginnen stilaan een grotere interesse te tonen voor online kunst, zoals het San Francisco Museum of Modern Art en het Zentrum für Kunst und Medientechnologie (ZKM) in Karlsruhe. Rudolf Frieling, curator mediakunst van het Amerikaanse museum, voert daarbij aan het hoog tijd werd om de logische volgende stap te nemen en aandacht te besteden aan technologisch werk. (MH)